Hans Kuijs Beeldend Kunstenaar

curriculum vitae

 

statement

 

links

 

contact

 
 

 

 

citaat uit: Hans Kuijs – Een man die rond zijn ziel zeilt 2006

 

Galerie Peninsula, Eindhoven. 5 t/m 29 april  2006  Het voortdurend ontstoken oog


“Jouw werk is te ontdekken wat jouw werk is en je er dan met hart en ziel aan te geven”.

 Boeddha


Het voortdurend ontstoken oog

Anno 2006 bieden uiteenlopende fenomenen als eigentijdse beeldende kunst, hedendaagse literatuur en authentieke wereldmuziek een serieus, zij het schaars tegenwicht tegen de jachtige versnellingstrend. Beeldende kunstenaar Hans Kuijs (Helmond, 1948) presenteert van 5 t/m 29 april 2006, met als schurende tentoonstellingstitel Het voortdurend ontstoken oog, qua compositie schijnbaar eenvoudige aquarellen, schilderijen en tekeningen bij Galerie Peninsula te Eindhoven. De recente kunstwerken zijn voor het merendeel in 2005 gemaakt. Olieverfschilderijen als Compassie en Vergroeid met doornenkroon én de series tekeningen Droomelementen en Een kwestie van tijd en ruimte zijn ontstaan in het atelier te Leveroy. Op grote tekenvellen in de series Droomelementen en Een kwestie van tijd en ruimte verknoopt hij – in partieel helder gedefinieerde ruimten – naakte lijven, zwevende koppen en torso’s met dieren, karren, masten, kruizen, ramen en schepen. Tijdens een artistiek bijzonder vruchtbare retraite in een klooster te Wittem vervaardigt Hans Kuijs bovendien een grote serie veelkleurige verrassenderwijs aspecten uit het Christendom met exotische elementen uit het Boeddhisme, Hindoeïsme en Tantrisme.


De tijd dat ik nog onbevangen kon geloven

Op de expositie Het voortdurend ontstoken oog hangt een tonaal kunstwerk dat De tijd dat ik nog onbevangen kon geloven heet. Een jonge, beetje schuwe kleine jonge, staat in een wasteil. Hij houdt op zijn beurt een kleine, kwetsbare vogel vast. Wij kijken niet naar een begenadigde godenzoon of een Don Juan in den dop; we zien een bleue, timide knaap, die al iets ouwelijks over zich heeft. Dit onzekere joch in gedempte kleuren is sterk verwant aan de eenzame, gevoelige pubers in het oeuvre van Chaïm Soutine. Hamvraag is natuurlijk of we hem betrappen bij een bewust of per ongeluk doodknijpen of bij zorgzaam koesteren! Wij kunnen hem in overdrachtelijke zin bot, harteloos en zonder mededogen afwijzen of zelfs vermanend toespreken. Tezelfdertijd kunnen we met hem sympathiseren en hem - analoog aan de (dode) vogel - in ons hart sluiten. Maar er is nog meer. De scherpe titel in de ik-vorm opent ook een derde perspectief: qua formaat staan we oog in oog met een één op één zelfportret van de maker op jeugdige leeftijd. Zonder schroom houdt de kunstenaar in kwestie ons een enigszins ongemakkelijke spiegel voor: het bedremmeld kijkende gezicht van het lijdend subject zit al klem tussen pudeur en zonde, tussen schuld en boete. Holy cow!

Op een ander recent werk, het doek Compassie, keert de vogel terug, zij het nu duidelijk in overleden vorm. Het realistisch geschilderde, relatief kolossale vogel lijk is verbonden met een donker vlak dat het befaamde non-figuratieve werk van Kasemir Malevitch uit de vorige eeuw in herinnering roept: het magische zwarte vierkant. Daarenboven is binnen hetzelfde kader een vooral in het Himalaya-gebergte voorkomende lampionvrucht afgebeeld. Realisme, constructivisme en symbolisme worden spelenderwijs gemixt. De jonge uit de wastobbe is inmiddels bijna vijftig jaar verouderd en maakt als visuele hommage een doorleefd monument voor een dode vogel. Lord have mercy!


Geziene ogen

Op hartverscheurende wijze  zingt Jimi Hendrix in het nummer Gypsy Eyes, terug te vinden op de beroemde dubbelelpee Electric Ladyland uit 1968, over kortstondig intens oogcontact met een knappe, jonge zigeunerin, waarop hij zo realiseert hij zich naderhand, smoorverliefd is: “Well I realize, that I’ve been hypnotized, I love you Gypsy Eyes, I love you Gypsy Eyes…”  Hans Kuijs heeft een soortelijke ervaring. In de Poolse plaats Krakau ontmoet hij samen met een vriend een bedelende zigeunerin. De karakteristieke koolzwarte ogen van de jonge vrouw staan hem jaren later nog helder voor de geest. Bijna tien jaar later ontmoet hij op doorreis van New Delhi naar de Himalaya in een stadje in Noord-India wederom een jonge zigeunerin waarvan de ogen identiek zijn aan die van de (veel oudere) vrouw uit Krakau. Deze bijzondere ervaring vormt de opmaat voor de sterk afwisselende serie Aquarellen met als titel Geziene ogen. De lekker los gepenseelde vellen papier zitten vol met tekens en symbolen uit het Christendom zoals het Lam, kruisvormen en schepen. Tegelijkertijd treffen we op de polychrome bladen elementen aan uit andere geloofsrichtingen en levensovertuigingen zoals het Boeddhisme, Hindoeïsme en Tantrisme. In het onverwisselbare universum van Hans Kuijs vermengen het alziend oog van God en het Lam zich moeiteloos met de scheppende krachten van yoni’s en lingams of hindoeïstische kleurnuances. Overeenkomsten en verwevenheid zij hier belangrijker dan de tegenstellingen of verschillen. Een krachtige serie die spontaan werd geboren, en niet geforceerd werd gemaakt.


Een kwestie van tijd en ruimte

De serie Een kwestie van tijd en ruimte bestaat uit bladen papier die telkens 102,5 x 92,5  cm meten.

Met potlood heeft Hans Kuijs op een aantal bladen relatief grote hoofden en op andere kleinere, naakte lijven in combinatie met bijvoorbeeld een klok, kunst aan de muur of bloeiende bloemen (magnolia’s) afgebeeld. Zo is er onder meer een kolossale meditatieve kop, die rechtstreeks naar Byzantijnse kunst of Russisch – Orthodoxe iconen lijkt te verwijzen, waarvan beide ogen naar binnen staan gekeerd. In de ovale, wijd open mond, die haast vaginale trekken heeft gekregen, zweeft deels een in proportie veel kleinere man. In verre verte lijkt er qua schaal een overeenkomst met enkele late werken van Francisco Goya. De serie Een kwestie van tijd en ruimte bestaat zonder uitzondering uit narratieve kunstwerken die, parallel aan de vele verhaallijnen in de topfilm Magnolia van Amerikaanse regisseur Paul Thomas Anderson, als stand alones maar ook als één geheel kunnen worden gezien.


Droomelementen

Sinds de oertijd houdt de mens zich bezig met het mimische. Met het optisch (her)oproepen en nabootsen van dat wat is waargenomen. Het kosmische, magische en erotische zijn daarbij altijd belangrijke drijfveren en pijlers gebleken. Anno 2006 kennen we het mimische in vele, vaak tegenstrijdige gedaanten: van deformeren en demoniseren tot idealiseren en ironiseren en wat dies meer zij. Toen ik de serie Droomelementen voor het eerst in het atelier van Hans Kuijs in Leveroy zag, schoot mij een pregnante uitspraak van Martin Buber te binnen die ooit zei: “Je kunt God niet zoeken, omdat er geen plek is, waar hij niet is.” De serie Droomelementen bestaat uit acht grote bladen papier, die 102,5 x 92,5 cm meten, waarop Hans Kuijs respectvol opponerende fenomenen als angst, afwijzing, dood, last, schuld en verlies én geboorte, geborgenheid, hedonisme, liefde, lust, tederheid en verlangen verbindt. Het abjecte en suspecte worden à la Félicien  Rops en Alfred Kubin verknoopt met het lyrische en poëtische. Een gekruisigde Christus rust met zijn voeten in een plastisch getekende vagina. Links en rechts van hem hangen de goede en de slechte moordenaar en profil aan masten van schepen. De cyclus van leven en dood wordt hier op oorspronkelijke, en absoluut niet op blasfemische of rellerige wijze verbeeldt. Deze gevoelvolle variant op Ropsiaanse Wharheit und Dichtung lijkt aan Hans Kuijs gebakken.

Een ander blad toont een vloeiend getekend hoofd dat op de kop op een kleine noot staat met op de achtergrond een werk in het werk waarop illusionistisch vijf schepen staan afgebeeld. Het water uit de tobbe op Toen ik nog onbevangen kon geloven is inmiddels tot een heuse haven getransformeerd van waaruit om de wereld kan worden gevaren. May the spirit of Eden be forever with you.


Tot slot

In het zeldzame, parallelle universum van Hans Kuijs worden contraire onderwerpen als geboorte, dood, lijden en lust iedere keer weer als vanzelfsprekend met elkaar verbonden. De inhoudelijke complexe voorstellingen zitten boordevol intrigerende alsmede tegendraadse symboliek en thematiek. De vreemde combinaties en raadselachtige juxtaposities, die telkens op de vloedlijn van zijn verbeelding aanspoelen, laten zich, zeker op het eerste gezicht, niet makkelijk duiden. Hans Kuijs dwingt de kijkers tot overpeinzing, onthaasten en associëren. Figuurlijk raakt men, als men er voor open staat, in gesprek met een man die rond zijn ziel zeilt. AD ultimo staat men, hoe kan het ook anders, oog in oog met zichzelf.


Drs. Rick Vercauteren dir. Museum van Bommel van Dam.©